dinsdag 6 maart 2018

De stamhouder. Een familiekroniek. Alexander Münninghoff

'Voor Frans is de overgang van het rijke, enigszins baldadige leven met zijn Baltische vriendjes in Riga naar de saaie burgerlijkheid van het roomse plattelandsinternaat van meet af aan te veel van het goede. Hij voelt zich eenzaam, omdat zijn Hollandse klasgenoten hem, de vreemdeling, links laten liggen en, als de fraters even niet opletten, ongenadig pesten. Daar kwam nog bij dat de Oude Heer aan frater Gerardo, de directeur van Sint-Nicolaas, had laten weten dat zijn zoon in Riga op school als een belhamel werd betiteld. Op het laatste rapport staat het duidelijk te lezen: 'Hat häufig durch Schwatzen und Unruhe den Unterricht gestört'. ' (p. 25)

De kunst van een goed boek uitzoeken voor een ander, is dat je het - ondanks iemands afwijkende smaak - ook zelf zou willen lezen. De wederhelft vroeg een boek voor zijn verjaardag. Hij houdt niet van fictie maar wel van recente geschiedenis, waargebeurde verhalen en Noord-Europees georiënteerd. Ik ging op zoek en gaf hem De stamhouder van Alexander Münninghoff, winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs 2015. Op de dag dat hij de laatste pagina uitlas, begon ik erin. 

De stamhouder is het opmerkelijke verhaal van de familie Münninghoff, opgeschreven door de oudste kleinzoon van Joan Münninghoff. Deze Nederlandse zakenman trok bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog naar Letland om daar zijn gezin op te bouwen en een fortuin te verdienen. De Oude Heer, zoals hij in het boek genoemd wordt, vond dat zijn kinderen te veel beïnvloed werden door het losbandige leven in Letland en stuurde de twee tieners, Frans en Titty, naar katholieke kostscholen in Nederland. Dat werd voor Frans een kantelpunt in zijn leven. Hij keerde zich af van zijn vader en wilde niks met Nederland te maken hebben. 
Toen de dreiging in Letland bij aanvang van de Tweede Wereldoorlog te groot werd, verhuisde het hele gezin naar Voorburg. Maar de jongvolwassen Frans piepte er onderweg tussenuit. Hij zag de Russen als grootste bedreiger van zijn geliefde Letland en besloot zich aan te melden bij de Waffen-SS om te vechten aan het oostfront. 
Frans keerde heelhuids terug uit de oorlog, naar Voorburg, waar zijn vrouw en baby op hem wachtten. De Oude Heer gaf Frans diverse handreikingen, al dan niet onder druk, die Frans uitzicht boden op een geordend, comfortabel leven. Desondanks liet Frans een spoor van zakelijke ongelukken, buitenechtelijke kinderen en berooide levens achter. 

De familiekroniek van de Münninghoff's zou volstrekt ongeloofwaardig zijn geweest als het een verzonnen roman was. Als je denkt dat je alles hebt gehad, blijkt er altijd nog een overtreffende trap te zijn. Daarbij hanteert de auteur, zelf zoon en kleinzoon van de hoofdrolspelers, een knappe pen. Hij heeft het op de eerste plaats aangedurfd om over zijn familie te schrijven. Hij belicht het verhaal van alle kanten zonder te oordelen of goed te praten. Hij onderzoekt, zet de gebeurtenissen op een rij en tracht de juiste interpretatie te vinden. Daarnaast meet de auteur zichzelf geenszins een slachtofferrol aan. Mij treft de eenzaamheid die je kunt ervaren als je te midden van zoveel familie opgroeit. Het is respectabel dat de auteur zelf op het rechte pad is gebleven en zich niet heeft laten afleiden door zijn familieverleden. Of toch, maar dan om er een bijzonder en lezenswaardig boek over te schrijven.

maandag 29 januari 2018

Niemand is ooit verloren. Catherine Lacey

'Wat ik bedoelde was dat ik wist dat ik iets moest doen waarvan ik niet wist hoe het moest: weggaan op een volwassen manier, een redelijke manier, het probleem benoemen, de papieren invullen, al die volwassen dingen, maar ik wist dat dat niet het hele probleem was, dat ik niet alleen een scheiding van mijn man wilde, maar een scheiding van alles, een scheiding van mijn eigen geschiedenis; (...).' p. 100

Niemand is ooit verloren van Catherine Lacey is het verhaal van Elyria, een jonge vrouw uit Manhattan. Ze is soapserieschrijver en getrouwd met een universitair docent wiskunde. So far so good, zou je zeggen, maar niet voor Elyria. Ze kampt met trauma's die ze dankt aan haar alcoholverslaafde moeder en haar geliefde adoptiezus die zelfmoord pleegde. In Elyria houdt het wildebeest huis en ze is niet bij machte erover te praten of de juiste psychische hulp te zoeken. In plaats daarvan besluit ze onaangekondigd te vertrekken. Weg van haar man, weg van het leven dat ze leidt. Ze poogt afscheid te nemen van de schil die ze niet wil zijn of kan zijn.
Elyria vertrekt naar een vage kennis in Nieuw Zeeland, die weinig trek in haar komst blijkt te hebben. Dus zwerft Elyria rond, zonder plan, zonder doel en zonder geld. Zodra iemand zich enigszins om haar bekommert, vertrekt ze weer. Tegen ieders advies in neemt ze liften van mannen aan en slaapt ze in schuren, parken en bossen. Ze heeft geen ruimte in haar hoofd om te genieten van het land. Ze is alleen op zoek naar een plek waar haar hoofd haar met rust laat.
Als Elyria door een pijlstaartrog wordt gebeten, komt er een abrupt einde aan haar zwerftocht in Nieuw Zeeland: ze wordt opgenomen in het ziekenhuis waar de vreemdelingendienst constateert dat haar visum verlopen is. Ze wordt als ongewenste vreemdeling uitgezet, terug naar Amerika. Ook daar blijkt niemand op haar komst te wachten. Haar man heeft Elyria minutieus uit zijn leven gewist en ze lijkt verder nergens heen te kunnen.

Het verhaal wordt verteld door Elyria, vanuit het ik-perspectief. Daarmee wordt de lezer meegenomen in haar hoofd, wat het boek niet per se beter maakt. De lezer krijgt paginalange zinnen voorgeschoteld waarin Elyria zich vastdraait in haar waanideeën, kinderlijke redeneringen en ingebeelde monologen tegen haar man. Het komt nogal pathetisch over en ik erger me aan Elyria's houding om voortdurend weg te lopen voor haar problemen. Anderzijds is dat misschien wel de manier waarop iemand zichzelf volledig kwijt kan raken en langzaam afglijdt naar de zelfkant van het bestaan.

Tot slot verdient de Nederlandse titel van het boek een opmerking. Niemand is ooit verloren is een titel van hoop. Hoe groot je problemen ook zijn, er gloort altijd licht aan het einde van de tunnel. Juist daarom prikkelde het mijn nieuwsgierigheid en legde ik het boek halverwege niet weg. Ik wilde weten hoe het af zou lopen met Elyria. Voor haar gloorde er echter geen licht aan het einde van het boek. Nu bleek de oorspronkelijke titel Nobody Is Ever Missing te zijn. Aha. Elyria wilde zichzelf kwijtraken, zich van haar verleden en oude 'ik' ontdoen. Ze ontdekte dat je wel naar de andere kant van de wereld kunt reizen, maar dat je jezelf altijd bij je hebt hoe graag je jezelf ook wilt verliezen. Een titel als Niemand is ooit vermist zou meer recht aan de Nederlandse vertaling van het boek hebben gedaan.  

donderdag 18 januari 2018

De heilige Rita. Tommy Wieringa

'Algemeen werd aangenomen dat Aloïs Krüzen, die zijn vrouw alleen maar had kunnen verleiden met de zekerheden van het ambtenarenbestaan, met de Rus zijn paard van Troje had binnengehaald. Niemand waarschuwde hem. Iedereen keek toe en wachtte. Van sommige dingen is de afloop van meet af aan duidelijk, maar toch blijf je kijken, alleen omdat je wilt weten hoe die zich zal voltrekken. (p. 81-82)

In mijn eerdere blogpost 'Bedreigde boeken' schreef ik over het boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa dat ik wel even genoeg had van mannen in de literatuur die hun frustraties op vrouwen projecteren. Halverwege het toch al niet dikke boek legde ik het weg. Er is genoeg moois om te lezen. 
Afgelopen december kreeg ik De heilige Rita cadeau en ik las het in één keer uit. Het kan verkeren. 

Paul Krüzen (1967) groeit op in een klein katholiek dorp aan de grens met Duitsland. Als op een dag een Russisch vliegtuigje landt in de maisvelden van zijn ouders, is het dorp voorpaginanieuws. Paul's vader Aloïs redt - tot zijn latere spijt - de piloot, een vluchteling voor het Russisch communisme. Niet veel later vertrekt Paul's moeder met de piloot voorgoed uit het leven van Paul en zijn vader. De twee zullen de rest van hun leven samen op de boerderij blijven wonen. Aloïs zorgt naar beste kunnen voor zijn zoon. In de loop van de jaren draaien die rollen geleidelijk om. 
De dorpsgemeenschap is klein en benauwend. De jongens die Paul uit zijn kindertijd kent, zijn de mannen die later in het dorp het de kruidenierswinkel bestieren of het criminele bordeel vlak over de grens. De dorpelingen merken het meest van de veranderende tijd door de komst van de buitenlanders. Chinezen in het partycentrum, de Braziliaanse pastoor, Oost-Europese landarbeiders en een Rus die de handlanger van de dorpscrimineel is. Als Paul's enige vriend Hedwiges in het café pocht dat hij miljonair is, sluipt het onheil onafwendbaar het boek in.  

De heilige Rita is een fascinerend portret van een grensdorp waar de snelheid van de stad ver weg is en het katholieke geloof nog van levensbelang. Wieringa beschrijft met warme precisie het landschap en de jaargetijden, en schept intussen het beklemmende beeld van twee eenzame mannen van middelbare leeftijd die niet in staat zijn een andere draai aan hun leven te geven.
En de vrouwen? Die zijn vooral afwezig. Paul voelt zich een ongewenst kind van zijn moeder (waarom vertrok ze anders zonder hem en hoorde hij nooit meer wat van haar?) en dat speelt een rol in het boek. Maar evengoed denkt Paul dat zijn vader hem een mislukkeling vindt, wat evenzeer meeweegt in de verhaallijn. Paul verwijt vooral zichzelf dat hij niet verder is gekomen dan zijn ouderlijk huis: in betrekkelijke eenzaamheid, zonder vrouw en vogelvrij verklaard. 

dinsdag 9 januari 2018

Sonny Boy. Annejet van der Zijl


'Op zaterdagochtend 22 oktober 1927 werd Waldemar door familie en vrienden met een klein bootje naar de steiger van Belwaarde gebracht, waar de ketels van de Oranje Nassau al op stoom gebracht werden voor de grote oversteek. Waldemar kende het schip goed, al was het maar omdat hij regelmatig met zijn vriendjes met hun bootje achter de achtersteven had gehangen. Het schip, dat ruim honderd meter lang was en ruimte bood aan zo'n zestig passagiers, was eigendom van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij, die de vierwekelijkse Surinamelijn sinds kort exploiteerde.' (p. 45)  

Een tijdje geleden grasduinde ik in de boekenkast bij mijn ouders op zolder. Dat deed ik niet zozeer om daar nieuwe literaire ontdekkingen te doen, maar vooral om de drukte van hun vijf kleinkinderen beneden te ontlopen, mijn twee lieve snoetjes incluis. 
In de kast stond Sonny Boy van Annejet van der Zijl. Dat immens populaire boek van vijftien jaar geleden dat opnieuw een bestseller werd toen de verfilming verscheen, een jaar of zeven later. Ik besloot dat het de tand des tijds had doorstaan - het stond immers nog steeds bij mijn ouders in de kast -  en nam het mee. 

Sonny Boy is het verhaal over de Surinaamse jongeman Waldemar Nods die in 1928 in Den Haag als kostganger intrekt bij de gescheiden Rika, moeder van vier kinderen. Ondanks het leeftijdverschil raken de twee verliefd op elkaar en wordt een jaar later kleine Waldy, Sonny Boy, geboren. Rika's familie spreekt schande van de relatie en Rika's vier kinderen uit haar eerste huwelijk worden grotendeels bij haar weggehouden. Het lukt Rika om in Scheveningen een goedlopend pension op te bouwen terwijl Waldemar buitenshuis werkt en ijverig studeert. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, moet het gezin verhuizen naar Den Haag. Klandizie voor een pension is er niet meer, maar Rika neemt in plaats daarvan de zorg voor onderduikers op zich. In januari 1944 wordt het onderduikadres verraden en worden Rika en Waldemar opgepakt. Waldy wordt ondergebracht bij zijn grootouders, waar hij de terugkeer van zijn ouders afwacht.

Annejet van der Zijl deed voor Sonny Boy grondig onderzoek en sprak veel mensen die het leven van Waldemar en Rika gekruist hebben. De feiten kloppen en daarnaast nam ze de literaire vrijheid om een aangenaam leesbare roman te schrijven. Zelf juich ik deze vorm van geschiedvertelling toe. Het is immers onmogelijk alle details van verleden levens te achterhalen. Die details mogen ons er niet van weerhouden de belangrijke verhalen uit onze geschiedenis te vertellen. Daarbij tapt Van der Zijl niet uit sentimentele vaatjes. Zo wordt de dood bijna terloops gemeld, waardoor de impact misschien alleen maar groter wordt. Sonny Boy is een bewogen historische vertelling die de parallelle werelden van een eeuw geleden in Suriname en Nederland bijeen brengt. Bovendien laat Van der Zijl zien dat de geschiedenis nooit zo zwart-wit is als we die ons graag zouden herinneren.  

dinsdag 26 december 2017

Lampje. Annet Schaap

'Lampje staart maar weer naar haar kom. Naar de vlekken op het tafelkleed. Naar haar lepel vol pap. 
Get-ver. Ze zegt het niet, maar ze denkt het wel. 
Grutjes! zegt haar moeder in haar hoofd. Die vond je vroeger heerlijk. 
Lampje gelooft er niks van. Ze laat de pap van haar lepel druipen. Slijmerig. 
Ik gaf ze je altijd toen je nog een baby was, weet je dat niet meer? Proef maar, mmm!
Aan de andere kant van de tafel propt de magere man grote happen van het spul in zijn mond, het druipt langs zijn kin. Ze zet haar lepel weer in haar kom. Haar maag zit dicht. 
Je moet wel wat eten. Haar moeder geeft niet op. Toe. Een beetje moed voor de dag die komt.' (p. 71-72)

Terwijl ik me door Het monster van Essex worstelde, waarin geen monster zich liet zien, gaf de goede Sint me Lampje van Annet Schaap cadeau. Halverwege het eerste boek besloot ik het tweede te lezen. Zonder in de titel de verwachting te scheppen over monsters, bleek Lampje een fantastisch verhaal te zijn over een monster en andere opmerkelijke figuren. Ik las het in hoog tempo waarbij alle emoties die een boek kan losmaken, me vergezelden. 

Lampje is een meisje dat met haar vader in de vuurtoren woont. Omdat haar vader een been mist en meestal dronken is, moet Lampje twee keer per dag de toren in om de vuurtoren te ontsteken en te doven. Als op een dag de lucifers op zijn, gaat Lampje het dorp in om nieuwe te halen. Het stormt en het water stijgt. Lampje is niet op tijd terug om de vuurtorenlamp te ontsteken. Die nacht vergaat er een schip dat tegen de rots voor de kust vaart. De vader van Lampje wordt opgesloten in de vuurtoren en Lampje moet zeven jaar werken in het Zwarte Huis van meneer de Admiraal. Lampje kent daar een liedje over: Het Zwarte Huis, het monsterhuis, daar hebben ze een monster thuis...

Lampje is moedig, ontwapenend en nieuwsgierig. Vergezeld door de stem van haar overleden moeder en van objecten die tegen haar lijken te praten, gaat Lampje aan het werk in het huis en op onderzoek uit. Ze weet de vreemde bewoners van het huis voor zich te winnen en sluit vriendschap met het monster. Lampje laat zien dat kleine meisjes soms grotere helden zijn dan ferme kerels. 

Lampje van Annet Schaap is een prachtig jeugdboek over goed en kwaad, liefde en verlies, schuld en vergeving. Het boek is fraai vormgegeven en verluchtigd met tekeningen van Annet Schaap zelf. Ook als je geen kind van tien bent, is dit een ontroerend mooi boek dat je met genoegen zult lezen.

vrijdag 22 december 2017

Het monster van Essex. Sarah Perry


'Cora is vaak op de pastorie, en neemt dan iets mee voor de Ransome-kinderen: een boek voor Joanna, een klik-klakladder voor James (die hij onmiddellijk uit elkaar haalt) en iets te snoepen voor John. Ze zoent Stella op beide wangen en meent het. Dan zoekt ze Will op in diens studeervertrek en dan volgt steevast die eerste blik van verbaasde verrukking: daar ben je echt, denken ze allebei.' (p. 183)

Londen, 1893. Na de dood van haar man vertrekt Cora Seaborne met haar gevolg naar Colchester om de natuur van Essex te verkennen. Verdrietig is ze niet, want haar man kleineerde en mishandelde haar. Ook maakt ze zich geen zorgen over de toekomst. Ze komt uit welgestelde kringen en zit goed in de slappe was. Haar autistische zoon wordt permanent verzorgd door een socialistisch kindermeisje met activistische trekken. Als Cora hoort over een monster dat in het Blackwater van het nabijgelegen dorpje Aldwinter zou leven, besluit ze dat te gaan onderzoeken. Daarbij ontmoet ze de vrome dominee Will en zijn gezin waar ze zich snel aan hecht. Ze wordt gevolgd door de arts van haar man die een oogje op haar heeft en vrienden uit de politieke kring waarin haar man verkeerde. Alle klassen van de maatschappij kruisen gewild of ongewild elkaars wegen. Uiteraard hebben ze uitgebreide vooroordelen over elkaar die niet waar blijken te zijn. Al van verre voel je aankomen dat Cora en de predikant verliefd op elkaar worden terwijl hij getrouwd is met de charmante Stella. Intussen vinden in Aldwinter zogenaamd verdachte gebeurtenissen plaats. Dood door ouderdom en ziekte of het weglopen van een meisje schrijven de dorpelingen toe aan het monster van Essex. Cora stookt dat vuurtje alleen maar op.

Zo bloemrijk als de kaft is, zo is ook Het monster van Essex van Sarah Perry. De titel schept de verwachting dat het verhaal over een mogelijk monster gaat, maar Perry heeft geen haast. Pas over de helft van het boek (en nadat ik het tijdelijk had verruild voor een ander boek) zet Cora haar zoektocht in, waarvan ze zich even gemakkelijk weer laat afleiden. Wat maakt het ook uit. Cora's zoektocht is niet meer dan een aangenaam tijdverdrijf voor haar. Heel concreet wordt het verhaal daardoor lange tijd niet. Op tweederde van het boek laat ik het idee los dat dit een detective is waarbij de waarheid over een monster centraal staat. En dan is het best een aardig boek. De verhaallijnen zijn goed verweven en af. De taal en stijl zijn - ondanks de langdradigheid - prettig en slim. De thema's liefde, vriendschap, maatschappij en religie zijn - zonder overheersend te zijn - aanwezig. Voor liefhebbers van romans over de victoriaanse tijd is dit aangename literatuur.

donderdag 30 november 2017

Stoner. John Williams

'Masters, die een hardgekookt ei van de gratis lunch omhooghield alsof het een kristallen bol was, zei: 'Hebben de heren ooit stilgestaan bij de ware aard van de universiteit? Meneer Stoner, meneer Finch?'
[...]
Masters stopte de rest van het ei in zijn mond, kauwde er even vergenoegd op, en nam een grote slok bier. 'Maar jullie hebben het allebei bij het verkeerde eind,' zei hij. 'Het is een gesticht of - hoe heet zoiets tegenwoordig? - een rusthuis, voor de geestelijk zwakken, de bejaarden, de ontevredenen en anderszins incompetenten. Neem ons drieën nou - wíj zijn de universiteit. Een vreemdeling zou niet doorhebben dat we zoveel gemeen hebben, maar wíj weten het, nietwaar? Wij weten het donders goed.'' (p. 37-38)

In 2012 verscheen de vertaling van Stoner van John Williams in Nederland nadat het enkele jaren daarvoor in Amerika heruitgegeven was. De roman verscheen voor het eerst in 1965, maar had toen niet de impact die het een halve eeuw later wel had. Zoals meestal liet ik ook deze boekenhype aan me voorbij gaan. Als het niet meer op alle leestafels ligt en het de tand des tijds doorstaat, lees ik het. Bovendien was ik in 2012 nog niet in dienst van een universiteit terwijl ik inmiddels ruimschoots van de universitaire wereld geproefd heb. Stoner en ik waren klaar voor elkaar. 

William Stoner groeit eind negentiende eeuw op als enig kind van een arme boerenfamilie in Missouri. Zijn vader verwacht dat hij later het boerenbedrijf overneemt en denkt dat zijn zoon een grotere kans van slagen heeft als hij enkele jaren aan de landbouwhogeschool in Columbia studeert. Stoner gaat inwonen bij familie, waar hij al zijn vrije uren moet werken op hun boerderij. Onderdeel van Stoner's bacheloropleiding is de verplichte cursus Engelse letterkunde. Stoner wordt verliefd op de literatuur en switcht zonder het zijn ouders te vertellen van opleiding. Pas bij de diploma-uitreiking maakt Stoner schoorvoetend duidelijk dat hij een academische loopbaan zal aanvangen en niet zal terugkeren naar de boerderij van zijn ouders. 

William ontmoet een vrouw, een meisje nog, en zij aanvaarden een huwelijk. Ze moet niets van hem weten, totdat ze bedacht heeft dat ze een kind wil. Na een aantal bezeten maanden is ze zwanger en wil ze opnieuw niks meer van Stoner weten. Stoner en zijn dochter hebben een goede, onbevangen band, totdat Stoner's vrouw het kind claimt en haar afzondert van haar vader.
Stoner heeft aanvankelijk succes op de universiteit. Een nieuwkomer loopt Stoner voor de voeten en zal dat blijven doen. Zijn populairste college wordt hem ontnomen en hij wordt teruggezet naar de basisvakken. Dan ontmoet Stoner een briljante studente. Ze raken verliefd en beginnen een relatie. Ondanks hun voorzichtigheid heeft de universitaire gemeenschap snel door dat zij met elkaar verhouden, evenals de vrouw van Stoner. De studente besluit in het holst van een nacht te vertrekken om Stoner's carrière te redden. Hij heeft nooit zoveel liefde gevoeld en ontvangen.

De sfeer in het boek kenmerkt zich door een benauwende stilte. Men gebruikt weinig woorden. Niemand heeft in dat milieu, in die tijd geleerd om te praten dus veel wordt niet uitgesproken. Stoner voelt zich onbegrepen, maar is ook niet bij machte om anderen te doorgronden. De jongere generatie lijkt symbool te staan voor een verandering: Stoner's dochter die aanvankelijk heel vrij en open is, en de studente met wie Stoner lange gesprekken voert. Ook de sfeerschets van de academische wereld is treffend en misschien wel onafhankelijk van plaats en tijd. Die context benadrukt des te meer het onvermogen van Stoner om zijn leven zelf vorm te geven.
Stoner is zo mooi, zo verdrietig en zo raak. Het staat met stip in mijn top van beste boeken ooit en het zal voorbij de hype nog decennia gelezen worden. 

maandag 2 oktober 2017

In het café van de verloren jeugd. Patrick Modiano


'Toen ik vijftien was, kon ik doorgaan voor negentien. Of zelfs voor twintig. Ik heette niet Louki maar Jacqueline. En de eerste keer dat ik van de afwezigheid van mijn moeder gebruikmaakte om de straat op te gaan, was ik nog jonger. Zij ging 's avonds om negen uur naar haar werk en kwam pas 's nachts rond een uur of twee thuis. Die eerste keer had ik een leugentje bedacht voor het geval dat de conciërge me zou betrappen. Ik zou hebben gezegd dat ik medicijnen moest halen bij de apotheek aan de place Blanche.' (p. 64)

Je kent het wel. Je loopt 's avonds voor het slapengaan naar je boekenkast omdat je vorige boek uit is en je nog een paar bladzijden wilt lezen. Op de onderste plank zie je een boek waar je nooit acht op geslagen hebt en waarvan je eigenlijk ook niet weet waar het vandaan komt of hoe lang het er al staat. In het café van de verloren jeugd van Patrick Modiano had geduldig zijn tijd afgewacht. En eerlijk is eerlijk, ik had nooit van Modiano gehoord. Zelfs het nieuws dat hij de Nobelprijs voor de literatuur won in 2014, is me ontgaan. Moet ik me schamen? Ach. Het is nooit te laat om een schrijver te ontdekken. 

In een ogenschijnlijk eenvoudig verhaal nemen vier vertellers je na elkaar mee in het verhaal van Louki. Louki is een jonge vrouw die opgroeit in Parijs met haar moeder. Ze heeft geen vader of andere familie. Tijdens de uren dat haar moeder 's avonds werkt in de Moulin Rouge, dwaalt Louki op straat. Steeds langer en verder de stad in. Ze ontmoet mensen in cafés die het goed of minder goed met haar voor hebben. In de Condé lijkt ze een vaste groep cafébekenden te hebben die geen vragen stellen en geen kwaad doen. Maar welk verhaal Louki precies met zich meedraagt, dat weet niemand. Langzaam, aan de hand van de vier vertellers, komt de lezer erachter. En ofschoon Louki de tweede verteller is, laat zij niet het achterste van haar tong zien. Dat heeft ze simpelweg nooit geleerd.  

De structuur van het verhaal is als Omtrent Deedee van Hugo Claus of Ik heet Karmozijn van Orhan Pamuk. Op basis van de verschillende vertelperspectieven vraag je je af wat waar is en vorm je het verhaal. Toen ik In het café van de verloren jeugd uit had en de afloop kende, was ik geneigd weer vooraan te beginnen. De gelaagdheid van de roman nodigt daartoe uit en ik ben nieuwsgierig of ik de puzzel dan beter of anders in elkaar leg. Helaas zal een herlezing niets veranderen aan de tragiek. 

De eenvoud en tragiek vormen samen de kracht van de roman. Ik stond erbij en keek ernaar, terwijl ik me voortdurend afvroeg of ik het meisje had kunnen redden. Nee, natuurlijk niet. Maar wat ik wel kan, is mijn eigen dochters liefde geven. En meer romans van Patrick Modiano lezen. 

donderdag 3 augustus 2017

Fuzzie. Hanna Bervoets

'Volwassen worden is ontdekken dat volwassen worden inderdaad met verwerven gepaard gaat. Maar ook dat niemand je ooit verteld heeft dat je met alles wat je bemachtigt iets kwijtraakt; volwassen worden is plaatsnemen achter een kraam op een ruilmarkt, met alle onderhandelingen van dien - geef me een baan en ik lever mijn vrije tijd in, geef me een kind in ruil voor mijn vrijheid, geef me wat extra jaren en ik verlies mijn goede conditie, en mijn moeder, en mijn vader, en mijn grote liefde, misschien.' (p. 193)
 
Een klein, pluizig bolletje rolt je leven in en begint tegen je te praten. Niet onafgebroken, maar ogenschijnlijk precies op de momenten dat je daar behoefte aan hebt. Het stelt je vragen, vertelt verhalen, zingt soms en lijkt je precies te kennen. In Fuzzie van Hanna Bervoets raken de personages zo gehecht aan het bolletje dat ze het voortdurend dicht bij zich houden. Het bolletje leidt de personages door een proces van rouw om een verloren liefde of verloren leven, in de zoektocht naar wat hen geluk brengt en hoe ze het geluk kunnen accepteren en vasthouden. En terwijl de personages voorzichtig voor hun geluk durven te kiezen, verliest het bolletje zijn pluisjes en volume.
 
In Fuzzie loopt een aantal verhaallijnen door elkaar. Het bolletje praat en het verhaal van Maisie, Florence, Diek of Stephan gaat verder. De lijnen raken elkaar af en toe. Soms wisselt een bolletje van eigenaar alsof het weet dat niet iedereen te redden is.
Niet alle verhaallijnen zijn af, en daar draait het ook niet om. Bervoets schetst alledaagse mensen die op kruisingen in hun leven staan die we allemaal herkennen. Die alledaagsheid kun je truttig vinden, of juist knap omdat Bervoets de beelden weet te vangen in een originele roman. De vraag is wel of originaliteit alleen voldoende is om van Fuzzie een sterke roman te maken. Hoe dan ook: het bolletje heeft zijn verhaal gedaan.

dinsdag 18 juli 2017

Ronja de roversdochter. Astrid Lindgren

'Opnieuw keek ze de afgrond in. Wat een diepte! Ronja zocht een plek uit waar ze de sprong het best zou kunnen nemen. Toen zag ze iets dat haar van verbazing bijna in de Hellepoel deed vallen.
Een eindje verder, aan de andere kant van de kloof, zat iemand. Iemand die ongeveer net zo groot was als zijzelf en die zijn benen over de rand van de afgrond liet bungelen. (...)
"Ik weet wie jij bent," zei hij. "Jij bent de roversdochter die in het bos rondholt. Ik heb je daar een keer gezien."
"Wie ben jij dan?" vroeg Ronja. "En hoe ben je hier gekomen?"
"Ik ben Birk, de zoon van Borka, en ik woon hier. We zijn vannacht hierheen verhuisd."' (p. 30-31)

Onlangs had ik een gesprek over hoe je leert durven en hoe je leert op te passen. Mijn gesprekspartner zei: 'Ken je Ronja de roversdochter? Haar vader waarschuwt haar voortdurend voor alle gevaren in het bos. Dus wat denk je dat Ronja doet?'
Ronja de roversdochter van Astrid Lindgren kwam in mijn jeugd niet voorbij. Misschien vond ik de titel destijds te spannend of was het altijd uitgeleend bij de bieb. Hoog tijd dat ik het ging lezen dus.
 
Ronja wordt geboren in de nacht dat de bliksem inslaat in de burcht waar haar vader de roverhoofdman en zijn rovers wonen. De burcht splijt door de klap in tweeën. Als Ronja een jaar of tien is, mag ze de veilige burcht verlaten om het bos, de rivier en alle gevaren te leren kennen. 'Maar pas op voor de vogelheksen, aardmannen en Borkarovers, pas op dat je niet verdwaalt en niet in de rivier valt en niet in de Hellepoel,' zegt haar vader. Ronja trekt erop uit om te leren verdwalen, te leren oppassen en te leren om niet bang te zijn. Ze gaat naar de rivier om te leren zwemmen en naar de Hellepoel om er niet in te vallen. En daar ontmoet ze Birk, de zoon van de rivaliserende Borka-roversbende die die nacht ingetrokken is in het andere deel van de burcht. Ronja en Birk worden vrienden, tot woede van hun vaders. Ronja en Birk besluiten samen weg te lopen en altijd voor elkaar te kiezen.
 
Ronja de roversdochter is een boek over goed en kwaad, liefde en verdriet, over waarden, tradities en over durven nadenken over andere oplossingen dan de gewoontes die je vader, grootvader en al je voorvaderen hadden. Ronja is klein en verstandig, terwijl haar vader machtig en sterk is, maar niet altijd wijs.
Het boek is levendig geschreven en prachtig geïllustreerd waardoor ik me even in de wilde bossen van Zweden waande. Ik verheug me er nu al op om Ronja voor te lezen aan mijn eigen kleine helden zodra ze er straks groot genoeg voor zijn.